|
Wim Rhebergen Gedichten
en verhalen ► Home ► Contact: info@rhegie.com |
|
|
||
|
|
|
|
||
|
Inhoud |
|
Als jongen ging
ik naar zee. Ik hield van
water, wijde lucht en verre,
vreemde landen, mannen en vrouwen, ik
vergat ze te trouwen. Nu zit ik hier,
dit huis van alles, alles in dit
huis, en zoek God. Hij sneeuwt. Elke sneeuwvlok is een droom. Hij sneeuwt de wereld
onder. En toen dooide het. Verleiding Sneeuw. Annie
heeft een sneeuwstorm in
haar hoofd en bij
Willemien vallen de eerste
vlokken. Gerrit is
sneeuw geworden. Ik loop door
een sneeuwlandschap. De bomen praten
met de wind. Er komt nog
meer. Ik ben niet
bang. Ik vind wel een
plek om te wonen. Als moeder
doodgaat, is er vader, en
als vader doodgaat, is er moeder.
En als beiden doodgaan, droom je heel
even dat beiden er nog zijn. En misschien
zijn ze er ook wel, zeker als je
zelf ook doodgaat en ze op je
wachten. Aan de muren in
mijn hoofd hangen mijn
jaren als witte
nevelvelden boven een
sneeuwlandschap. Niemand te
zien, behalve enkele
schimmen die
voorbijtrekken. Ik ben daar ook
ergens. En soms breekt
de zon door. Dan weet ik
alles. Aan het einde
van de dag wordt hij onrustig en loopt het
huis uit. Een man valt uit de lucht Hij denkt:
“Nu heb ik een vriend.” Wat voor een
vriend? Hij raapt zijn vriend van de straat en neemt hem
mee de wereld in. Het geluk rammelt als een
tierelier in zijn ransel. En thuis blijft
men vergeefs wachten op zijn terugkomst. Lopen, lopen,
lopen Alle dagen
dezelfde weg Sterker
geworden van voetstappen En later
zwakker, ouder en dronken van
voetstappen. Er is heimwee
als het donker wordt, Er is erotische
vertwijfeling in de nacht, Dan is er weer
de opgaande zon als een verleidelijk
pad in de ochtend en vertrouwen. Een stukje land
aan het einde van de weg dat nog geen
naam heeft, zoek ik, een plek om te
liggen, met bomen. Tijd wil jagen Alles wordt
wit. Een vliegtuig
verschijnt als een grote zilveren jongensvlieger in de zon, een groot wit
laken dat uitgestrekt over het hoge bed ligt, een witte mens
in een witte kamer met witte mensen uit een witte hemel, Ik ben gekomen
uit het donker, gekomen naar
het licht. Ik ben gekomen
om met je te vrijen, om alles te
begraven, ja, alles nu. Een sneeuwstorm
raast over het land. |