|
Wim Rhebergen Haryati
deel 1 Opgegroeid in
de Gordel van Smaragd ► Interviews ► Home ► Contact: rhegie@planet.nl december 2007 |
|
Let the good spirits stay, let the bad spirits
go!! Haryati -
“Dag van het Hart” en dat mag mijn naam zijn als ik de
verhalen uit mijn jeugd vertel.
|
|
|
|
|
|
Haryati In een eerder
interview vertelde zij over haar herinneringen aan Indië: "Opgegroeid in de Gordel van
Smaragd".► "Wat je
geeft, krijg je terug", is een vervolg hierop. De wereld tussen hemel en aarde
Je kunt je einde niet ontlopen
De ouders
De moeder werd op 18
mei 1926 geboren in Kediri (Oost-Java), Indonesia. Ze woonde in Surabaja (Java), waar ze de R.K.
Kleuterschool bezocht, in Bandjarmassin (Borneo, nu Kalimatan),
Magelang (Midden-Java), Djakarta
(West-Java) en Medan
(Sumatra). In 1957 kwam
zij naar Nederland. |
|
"Let the good
spirits stay, let the bad spirits go!! Goooo!!! Je moet het go met kracht uitspreken. Het is een bevel, dat in het gebed
weerklinkt. Vorig jaar heb ik het geschilderd, ook in verband met het overlijden van mijn man.
Allerlei emoties kwamen op mij af en verwarden me. Het was een mengeling van
goede gedachten, dierbare herinneringen en warme menselijke gevoelens, maar
er waren ook gedachten die me neerdrukten en klein maakten. Ze ontnamen me de
lust tot leven. Die laatste, dat zijn de bad
spirits. Ze zijn gevaarlijk. Ze maken je machteloos en houden je gevangen
in een zielloze leegte, waar geen ontsnapping mogelijk lijkt. Je moet uit dat
gevang breken om het leven opnieuw te kunnen omarmen. In de groene vegen van
het schilderij zie je een gestalte die zijn beschermende armen op mijn
schouders legt. Ik verkeer temidden van de dynamiek van groene, goudkleurige
en rode vlekken, die de levende kosmos verbeelden, het grote universum waarin
we zijn opgenomen. Je krijgt en je geeft, je geeft en je krijgt. Ja, hoe waar
is dit? Krijg je terug, wat je
geeft? Alle leven wordt geboren in
dat grote universum, en leeft in dat universum, en zal er eens ook sterven.
Het universum omhult het leven met al zijn geheimen, zijn licht en donker,
zijn onnoemlijke vele gedaanten, schijngestalten en schaduwen Een mens is een kind van het universum
en draagt de wonderen van het universum in zich. Mijn moeder heeft me dat
geleerd, maar eigenlijk heb ik het in mijn onbewuste ook altijd geweten en
gevoeld. Dit besef is voor mij zo
vanzelfsprekend en natuurlijk, zo vertrouwd dat ik er nooit aan heb hoeven te
twijfelen. Ik voel het elke dag en nacht opnieuw. Al die verhalen en die
wonderlijke gebeurtenissen die ik heb gezien en meegemaakt, bevestigen
dat." "Ik zal vertellen over
mijn moeder hoe zij elke donderdagavond een islamitisch/hindoeïstisch/ boeddhistische ritueel volgde.
Aan het einde van de dag, als de schemering inviel, ging ze met een brandend
wierooktestje, gevuld met menjan - dat is
wierook - het hele huis door. Geen kamer werd overgeslagen. Ik kreeg daarbij
een veilig gevoel, want zij verjoeg daarmee het kwade uit het huis. Let the bad spirits go, let the good spirits stay!! In de vier hoeken van het huis
werd een schaaltje van pisangblad geplaatst, gevuld met bruine en witte
rijstepap, bubur merah en putih, en een paar geurige kenanga-bloemen.
Ze plaatste ook een schaaltje in de vier hoeken van de tuin. We zijn
altijd beschermd geweest door al het goede om ons heen. Dank, Mam!" "Het universum, met zijn onmetelijke ruimte en
tijd, is wonderlijk en niet helemaal kenbaar. Er is veel waar we geen besef
van hebben. Als we dit tot ons laten doordringen, kunnen we alleen maar
eerbiedig en dankbaar zijn. We hoeven ook nooit bang te zijn. Mijn
moeder heeft dat me van jongs af
aan voorgehouden. Ik zal vertellen over de kuntil anak Mijn moeder heeft
deze gezien. In Indië wordt de geest
van een vrouw, die het kraambed sterft, een kuntil anak genoemd. Ze verschijnt aan ons
als een mooie vrouw met lang, zwart haar en een opening in de rug. Als je
daar wat verder over nadenkt, is het een mooi beeld van iemand die eens
uitzag naar de geboorte van haar kind, maar daarbij zelf het leven moest
laten - een gat in haar rug als een diep litteken van het grote verlies van
leven. Kuntil anak is
letterlijk vertaald gestolen kind.
Het is zeer tragisch wanneer een vrouw dat overkomt, maar zulke dingen
gebeuren nu eenmaal. Mijn moeder kon precies vertellen waar en wanneer ze de kuntil anak gezien
had. Zij zag de kuntil anak in een
boom aan de overzijde van de tuin. Het was aan het begin van de avond en het
begon al te schemeren. Ze vond het onwezenlijk, maar ze was er niet bang
voor. Mensen zeggen dat een kuntil anak de voorbode van naderend onheil is, maar mijn
moeder zei dat we niets hoefden te vrezen." "Mbah, mijn grootmoeder
van moederszijde, heeft zelf ook iets vreemds meegemaakt. Mijn moeder was
ongeveer 6 jaar en ze wilde graag naar school zoals de andere jongens en
meisjes die ze kende, ook naar school gingen. Zo jong ze toen was, was ze al
zeer leergierig. Iedereen die ze kende en naar school ging, had een
schriftje, een potlood of een griffel, maar zij niet. Ze dreinde die hele dag
en hield niet op met zeuren. Ze moest en zou ook een schriftje, een potlood
of een griffel hebben! Mbah besloot toen ten einde
raad maar naar het Chinese winkeltje gaan even verderop, waar men alles kon
kopen wat er maar gekocht kon worden, een soort winkel van Sinkel dus. Het was al laat toen ze vertrok. Het was een
klein dorp waar ze woonden, een klein gehucht zonder elektriciteit en dus
zonder straatverlichting. De nacht was pikzwart. En wie Indië
een beetje kent, weet hoe zwart een nacht in Indië
kan zijn! Mbah ging op weg, maar kwam die avond niet terug. En de
volgende dag niet en de dag daarna ook niet. Er werd alarm geslagen. Het hele
dorp ging op zoek naar Mbah. Er was geen spoor van
haar te bekennen. Ze was als het ware in de lucht opgelost. Niemand had haar
gezien. Ze hebben toen de hadji
geraadpleegd. De hadji bedacht een plan. Alle jongelui van het dorp werden
opgeroepen om op het alun alun, het
dorpsplein, bijeen te komen. Iedereen moest potten en pannen meenemen. Zodra
de duisternis inviel, begon iedereen op bevel van de hadji een ontzettend
kabaal te maken. Men sloeg zo hard mogelijk op de meegebrachte potten en
pannen, de deksels werden luid tegen elkaar geslagen en de hadji sprak
gebeden uit. Onder elke boom ging men even stil staan en dan werd er geluid
gemaakt. Op een gegeven ogenblik zei de hadji: "Dit is de boom. Ik voel
het." Op zijn bevel werd er opnieuw met kracht op de potten en pannen
geslagen. Mbah bleek hoog in de waringinboom
te zitten, verscholen in zijn omvangrijke kruin. Hoe ze daar gekomen is, weet
niemand. Men zei dat ze door een gundoruwo - een soort spook - was gestolen en in de boom
was neergezet en achtergelaten. Mbah heeft later
verklaard dat ze al die dagen dat ze in de boom zat, zich met wormen heeft
gevoed. Maar dat is later gezegd. Toen ze werd gevonden kwam er geen woord
uit haar mond. Er is natuurlijk wel gespeculeerd wat er nu in die
nacht gebeurd is en wat de reden was dat ze zo hoog in de boom verzeild
raakte. Ik weet het niet. Misschien is ze wel verkracht en durfde ze niemand
onder ogen te komen. Maar ja, dan blijft toch de vraag hoe ze in die boom
terecht is gekomen? Ik geloof niet in dat soort spoken, maar wonderlijk
blijft het toch wel." De
wereld tussen hemel en aarde "Mijn moeder heeft altijd een sterk ontwikkeld
gevoel gehad voor de wereld tussen hemel en aarde. Ze had een gave die we
allemaal wel ergens in ons hebben, maar die we veelal niet onderkennen.
Doordat mijn vader bij de belastingdienst werkzaam was, waar je om de vijf
jaar overgeplaatst werd - dit om mogelijke corruptie tegen te gaan - zijn we
vaak verhuisd. We hadden ook geen eigen huis, maar een huurhuis. Mijn ouders
gingen bij het zoeken van een nieuw huis altijd eerst even kijken. Mijn
moeder lette dan vooral op de sfeer die er in het huis heerste. Op een keer
liep ze alle kamers van het huis door - het was een prachtig gebouwd huis,
waaraan niets mankeerde - maar in één van de kamers bleef ze
steken. Ze verstijfde en zei: "Nee, niet hier!" Ze had een hadji
aan een balk zien hangen. Achteraf hoorden we dat dat ook werkelijk gebeurd
was. De vorige bewoner was een hadji geweest, die zich jammerlijk van zijn
leven had beroofd. De schaduw van de gebeurtenis was gebleven en mijn moeder
had die kilte gevoeld." Je
kunt je einde niet ontlopen "Tijd bestaat niet. Het verleden is in het heden
aanwezig en de toekomst ligt in het heden besloten. Mijn moeder organiseerde
regelmatig dameskransjes. Ook de vrouw van de assistent-resident was bij een
van die bijeenkomsten aanwezig. Ze had echter verplichtingen en ging
dientengevolge eerder weg dan de andere dames. Toen ze het erf afliep, kreeg
mijn moeder een visioen. Ze riep ogenblikkelijk de baboe en zei: "Boe,
vlug vlug, laat mevrouw ogenblikkelijk terugkomen!" Boe
had een groot respect voor de vrouw van de assistent-resident en wilde haar
niet onder ogen komen zonder zich eerst netjes te kleden. Het duurde dus even
voordat ze naar buiten ging en merkte toen dat mevrouw al vertrokken was. Niet lang daarna hoorde men dat op de viersprong niet
ver van ons huis een fataal ongeluk was gebeurd. De vrouw van de
assistent-resident was daarbij om het leven gekomen. Ja, als je tijd gekomen
is, slaat de dood toe, je kunt je einde niet ontlopen." "Ik zal nog iets vertellen. Mijn moeder koesterde
een porseleinen beeldje, dat ze ooit als jong meisje van haar vader gekregen
had. Het beeldje had een ereplaatsje in ons huis gekregen. Ik zie het beeldje nog voor me. de kleur was mat wit en
licht groen en het was ongeveer 20 cm. groot. Op een gegeven ogenblik - we
zaten allemaal in de kamer en waren er getuige van - brak het beeldje.
Niemand had het aangeraakt. Mama zei: "O, er is vast iets met vader
gebeurd". Op dat ogenblik is haar vader, mijn grootvader, overleden. Hij
heeft bij zijn sterven aan mijn moeder gedacht. Dat kan niet anders." "Mijn Oma Mien, mijn
grootmoeder van vaders zijde, is de oudere en enige zus van tante Lotte. Oma
Mien was een godvruchtige, ijverige vrouw, die met een veel oudere man
trouwde, mijn opa dus, met wie ze drie zoons en een dochter kreeg. De op
één na jongste zoon was mijn vader. Op 25-jarige leeftijd werd
ze weduwe en zij heeft in haar lange leven van 89 jaar nooit een andere
relatie gehad. Ze ging daar prat op en wat dat betreft, heeft ze haar
degelijke gereformeerde opvoeding nooit verloochend. Toen zij weduwe werd,
heeft zij de klapperboomerven, vele hectares groot,
van tante Lotte beheerd. Daarnaast maakte zij klapperolie, die op kleine
schaal aan de dessabevolking verkocht werd. Mannen
en vrouwen kwamen met een tjanting , een
koperen bakje, het grote erf op om voor een paar cent verse klapperolie te
kopen. Het residu van de klapper was ook lekker en werd eveneens verkocht.
Van het raspsel van klappernoten maakte oma heerlijke droge koekjes met
suiker. Deze koekjes kon je in een trommel bewaren. Toen wij naar Holland
gingen, kregen wij grote blikken vol ervan mee. Tijdens de oorlogstijd woonde
Oma Mien bij ons. Met mijn zusje Sophie bereidde zij het eten. Het was niet
gemakkelijk om van de weinige ingrediënten, die toen verkrijgbaar
waren, een maaltijd op tafel te
zetten. Toch slaagden zij daarin door hun grote inventiviteit. We gingen
altijd tevreden van tafel. Soms verwenden oma en Sophie ons met lekkere
zoetigheden. Oma was een expert in het maken van lekkers uit het vruchtvlees
van klappernoten. Toen wij in de oorlog,
eigenlijk tijdens de Bersiaptijd in 1945, in het
concentratiekamp - lees: beschermingskamp - zaten, bracht mijn broertje Jozef
een gevulde bamboekoker mee. Hij was ouder dan 13 jaar en
moest in het jongenskamp slapen. Op een dag vroeg hij mijn moeder of ze nog
rijst had. Mam hield altijd wat rijst - beras - opzij voor speciale
gelegenheden. Dit was zo’n speciale gelegenheid, zei Jozef. Mam kookte
de rijst. Wij zaten om het vuurtje en snoven de geur op, die ons terugvoerde
naar de tijden daarvoor. In het kamp kregen wij cassavemeel, waar iedereen
koekjes of iets dergelijks van maakte en waar je op de duur diarree van
kreeg. Er was geen witte rijst in de distributie, soms ‘rode’
rijst - in Nederland zeggen zilvervliesrijst.
Toen de rijst klaargestoomd was, maakte Jozef de bamboekoker open .Het was
vlees in een heerlijke gele saus. Smullen maar, zei Jozef. Dat lieten we ons
geen twee keer zeggen. We kregen allemaal een hapje rijst en een schepje van
het heerlijks uit de bamboekoker. Oma vond het ook heel erg lekker. Als
rechtgeaarde kokkin vroeg zij wat voor gerecht het was en welke kruiden er
gebruikt waren. Jozef zei dat ze er maar lekker van moest genieten. Oma
persisteerde om te weten wat ze at. Toen zei Jozef met aarzeling: “Ach
Oma, als U vanavond ‘woef – woef’ zegt, dan weet U wat U
gegeten hebt!” Oma Mien werd er helemaal niet goed van! Leeftijd hebben en leeftijd
voelen zijn twee verschillende dingen. Toen oma naar Holland kwam, werd ze
met andere Indische dames van haar leeftijd, 80 jaar en ouder, in een
bejaardenhuis gebracht. Ze sliepen er met z’n vieren op een niet zo
grote kamer. Eén van de dames kreeg vrij vaak bezoek van haar grote
neven en die maakten grapjes. Als de desbetreffende dame dan hard lachte, zei oma spottend: "Moet
je die ouwe horen!" Ze vond het ongepast om je op die leeftijd nog zo
vrolijk en uitbundig te gedragen." |