Nu ook verschenen Autobiografie Hillebrand

 

 

Interview met

 

Dr. Anton Elias Victor Hillebrand

 

Emeritus arts, internist

Voormalig directeur van het Sint Willibrord Ziekenhuis Tegelen

en het Sint Maartens Gasthuis, later Vie Curie, Venlo-Tegelen

 

Wim Rhebergen

 

Interviews

Autobiografie Ton Hillebrand ►

Reacties 

Dr. Tan ►

Home

 

Contact: info@rhegie.com

 

 

 

        Scannen0002

 

Eerbetoon aan de zusters

van de Goddelijke Voorzienigheid

 

De geschiedenis van het Ziekenhuis Tegelen

 

 

 

 

 

 

Inhoud

Interview

Ziekenhuis van de Goddelijke        Voorzienigheid

Sint Willibrord Ziekenhuis

Willbrordus mozaïek

Eerbetoon aan de zusters

Dr. Anton Elias Victor Hillebrand

Verantwoording

Links

Medewerkers Ziekenhuis Tegelen

 

 

 

Anton Elias Victor Hillebrand

 

werd 12 mei 1914 geboren in Agram, het huidige Zagreb, dat toentertijd deel uitmaakte van de Kaiserliche und Königliche Monarchie Österreich.

Zijn vader, die Oostenrijks legerofficier was, werd in Pula  in Istrië gelegerd, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Zijn moeder keerde met hem terug naar haar geboortedorp Brosdorf in Moravië ITsjechië), dat eveneens bij Oostenrijk behoorde. Dat was waarschijnlijk in 1916.

In 1920 wordt het gezin herenigd en gaat het in Wenen wonen. De heer Hillebrand bezoekt daar de lagere school. Twee jaar later emigreert het gezin naar Nederlands Indië. Oostenrijk verkeerde na de oorlog in een ernstige malaise en zijn vader, die naast inmiddels ex-officier ook architect was (Baumeister), wordt in Nederlands Indië een contract als bouwkundige aangeboden.

Via Nederland reizen ze naar hun nieuwe bestemming. Ze wonen eerst in Soerabaja en daarna in Bondowoso (Oost-Java).

Na de lagere school voltooid te hebben, gaat de heer Hillebrand naar Rolduc, een internaat in Kerkrade (Nederland) om daar zijn studie voort te zetten (1927).

In 1933 vertrekt hij naar Utrecht en studeert medicijnen aan de Rijksuniversiteit.

Hij leert daar in 1937 Phili van de Meerendonk, zijn latere vrouw, kennen.

Zij was in Nederlands-Indië geboren en studeerde Indisch Recht in Utrecht.

Zodra hij 21 is en de meerderjarige leeftijd heeft bereikt, vraagt hij naturalisatie aan. Vlak voor de oorlog, 9 november 1939, wordt hem die toegekend. In het begin van de oorlog is er nog een incident, waarbij hij door de Duitsers als Oostenrijker opgeroepen wordt voor de Duitse Wehrmacht. Tot zijn grote opluchting is het tonen van het naturalisatiebewijs voldoende om hem van de lijst te halen.

In oktober 1940 doet hij zijn artsexamen en solliciteert vervolgens naar een assistentschap in de interne geneeskunde. In januari 1941 wordt hij aangenomen bij Dr. Boekelman en is hij ongeveer vier jaar verbonden aan het Sint Antoniusziekenhuis in Utrecht. 

Hij doet röntgen bij Dr. Öffner.

Hij trouwt 1 juni 1943 voor de wet met Phili van de Meerendonk en 16 mei 1944 voor de kerk. In 1944 begint hij zijn werk in Venray, overigens zonder de Artsenkamer, een NSB-instelling, daarvan in kennis te stellen. Wel meldt hij zich bij de illegale artsenorganisatie Medisch Contact. Zijn functie is voor de buitenwacht chef de clinique. De afspraak wordt gemaakt dat hij na de bevrijding in het specialistenregister zal worden opgenomen. 

 

 

 

 

 

 

 

michelis

 

Eduard Michelis

 

 

Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid

 

Zusters, met wie ik dagelijks te maken had:

 

Moeder Adelheide, de eerste overste sinds mijn benoeming tot geneesheer-directeur

Zuster Xaverina, adjunct directrice

Zuster Philiberta, hoofdzuster van de klasse-afdeling

Zuster Levina, hoofd van de mannenafdeling

Zuster Laurensa, hoofd van de opleiding van de leerling verpleegsters, later hoofd van de apotheek

Zuster Marie- Therèse, hoofd van de opleiding van de leerling verpleegsters

Zuster Egilbertha, hoofd van de kinderafdeling

Zuster Arialda, hoofd van de operatieafdeling

Zuster Elisia, hoofd van het laboratorium

Zuster Ethelbertis, hoofd van de administratie

Zuster Margit, opvolgster van zuster Arialda

Moeder Stellamaris

Zuster Bonifaas, hoofd van de kraamafdeling

Zuster Leonice, hoofd van de vrouwenafdeling

Zuster Marie

Zuster Laurino, hoofd van het verpleegsters-restaurant

Zuster Ancilla, diëtiste

Zuster Hermanna, de eerste diëtiste en later moeder-overste

Zuster Adelhildis

 

In totaal waren er 81 nonnen.

 

Voorts wil ik nog noemen:

De heer Kusters, administrateur en bestuurssecretaris

Rector Adriaans

 

 

RK_Ziekenhuis

 

R.K. Ziekenhuis Tegelen

 

nonnen

 

Tekening van Guus Terstappen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mozaic

 

Sint Willibrord Ziekenhuis

 

peske

 

't Peske

 

 

Dieet cartoon

 

Cartoon in de Venlose Krant

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

800px-Daan_Wildschutt heilige_Willibrord

 

Willibrordus mozaïek

van Daan Wildschut

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


DSC01777

 

Samen aan het werk

 

 

Verantwoording

 

Bij het schrijven van dit interview is gebruik gemaakt van de jubileumuitgave "Aan de beterende hand", 50 jaar ziekenhuis Tegelen.

Het boek is in 1977 verschenen in opdracht Van de Stichting Ziekenhuis Venlo-Tegelen; de tekst is van Herman Verbeek.

De namen van de medewerkers van het Tegelse ziekenhuis zijn uit dit boek overgenomen en op verzoek van Dr. Hillebrand aan het interview toegevoegd. In het interview zijn voorts enkele persoonlijke notities van de geïnterviewde verwerkt.

Het bijzondere van het interview is dat Dr. Hillebrand een beschrijving geeft van een wereld die voorbij is - om met de woorden van moeder Antoine te spreken. Voor velen zal deze voorbije wereld misschien vreemd en merkwaardig overkomen, zeker als men geen Katholieke achtergrond heeft zoals de interviewer.

Uit de wijze waarop Dr. Hillebrand over het ziekenhuis in Tegelen spreekt blijkt enerzijds een zekere nostalgie, onder meer gevoed door zijn diepe respect voor de mensen die er met hart en ziel hebben gewerkt, en anderzijds zijn voortdurende inzet om het ziekenhuis op een hoger peil te brengen en te moderniseren. De winst van de vooruitgang houdt ook vaak een verlies in van dat wat men koestert en niet wil verliezen. Het zal een ervaring zijn die iedereen beleeft wanneer hij op zijn leven terugziet.

Niettemin is het goed om weet te hebben van die voorbije wereld en de mensen die in die wereld hebben geleefd. Wie zich inleeft, voelt een verbondenheid met hen die de kloof van de tijd overbrugt. Tagore schrijft: "God bemint de lamplichten van de mensen meer dan zijn eigen sterren."

 

Links

Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid

Daan Wildschut

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HenrietteSimonds

 

Henriëtte Simons

 

 

 

 

Inleiding

 

Dit interview moet een eerbetoon worden aan de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid - maakt hij me duidelijk. "Ze vormden de ruggengraat van het ziekenhuis, waar ik zo vele jaren werkzaam was als internist en later geneesheer-directeur. De zusters waren er altijd, dag en nacht, en zij verzaakten nooit. Personeelsproblemen hebben we nooit gekend.

Zij werkten in de verpleging en verzorging, maar ook op de administratie, in de keuken en in de schoonmaakdienst. De groenten, die zij in hun eigen kloostertuin verbouwden, stonden bij ons in het ziekenhuis op tafel. De zusters deden alles. In het ziekenhuis werkte maar een gering aantal mannen. Twee medisch specialisten, waarvan ik er een was, een ketelstoker en een klusjesman. Tegenwoordig wordt niet beseft wat de zusters voor ons hebben betekend. Inmiddels ben ik 93; ik heb ze gekend en meegemaakt en als ik gevraagd word iets te vertellen over mijn leven, wil ik het hebben over de zusters, mijn rechterhanden, die in de anonimiteit van de aan hen toebedeelde zusternamen hun leven gaven aan de ander. Tegenwoordig is er de thuiszorg. In zekere zin zijn zij de opvolgers van de zusters. Mijn vrouw en ik hebben - nu we ouder geworden zijn - hun hulp nodig. Bij hen bespeur ik dezelfde mentaliteit als bij de zusters: die van liefde, zorgzaamheid en toewijding. Met hen zal ik mijn verhaal afsluiten. Ik zal met mijn verhaal beginnen op het moment dat ik afstudeerde en in Venray terecht kwam."

 

Venray en mijn eerste kennismaking met Tegelen

"Tijdens de oorlog studeerde ik als arts af aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Vier jaar later was ik als internist werkzaam aan het Sint Elizabeth-ziekenhuis in Venray. Dr. Lohman uit Weert, bij wie ik voor mijn afstuderen enige tijd had gewerkt, had me gevraagd zijn praktijk in Venray over te nemen. Mijn collega werd Fredo San Giorgi, de latere hoogleraar orthopedie in Nijmegen. Toen ik in mei 1944 mijn entree in Venray maakte, was het nog een relatief rustig dorp, waar we ondanks de oorlog nog vrij ongestoord konden wonen en werken. Maar dat veranderde in dat laatste oorlogsjaar volledig, toen de veldslag van Overloon in september 1944 begon. Heel Noord Limburg werd het strijdgebied van de oprukkende geallieerde troepen en het ongekend felle verzet van de Duitsers. Venray lag midden in het strijdgebied. en werd totaal kapot geschoten. We zagen vanuit het ziekenhuis de grote kerk "Sint Petrus Banden" schot na schot afbrokkelen totdat de toren in elkaar stortte. Niets stond na de veldslag meer overeind. In de nabijgelegen dorpen was het al niet veel anders. Het was een verwoest land. Het moeras van de Peel zat vol met weggezakte tanks. Om de haverklap trapten de mensen op mijnen. Het gevaar van epidemieën diende zich aan.

De hal van het ziekenhuis in Venray zat vol met mensen die allemaal medische hulp nodig hadden. Wat moesten we doen? De enige chirurg van het ziekenhuis en ik als zijn enige hulpje, deden wat we konden, maar we waren gedwongen om een keuze te maken wie we als eersten moesten behandelen. De ergste gewonden lieten we liggen en ook de licht gewonden, maar zij die er - zeg maar - tussenin zaten, werden als eerste door ons behandeld. Het was niet anders. Op een gegeven ogenblik floten de granaten over ons heen en dreigde er paniek uit te breken. We hadden toen al besloten dat alle patiënten naar het souterrain zouden moeten verhuizen. Er werd gebeden en gezongen. Eerst Marialiedjes en andere geestelijke liederen, later het Limburgse volkslied en het Wilhelmus, en tenslotte vrolijke carnavalsschlagers. Het waren enerverende momenten. Er is in die dagen ontzettend veel gebeurd. Aan het eind van de oorlog lag heel Noord Limburg in puin.

Huisarts Janssen uit Tegelen riep in die tijd mijn hulp in. Maar hoe daar te komen? Ik had een motorfietsje uit de zwarte handel opgescharreld, maar het had geen voorwiel en geen ketting. Huisarts Janssen heeft er toen nog voor gezorgd dat ik die kreeg. Voordat ik op weg ging, naaide mijn vrouw nog een geplastificeerd landkaartje in mijn canvasbroek. Het geplastificeerde landkaartje hadden we ooit op de Duitsers buit gemaakt en zou me tegen de ijzige kou van die verschrikkelijke winter van 1944 moeten beschermen. Het was mijn eerste kennismaking met Tegelen."

 

Het ziekenhuis  'De Goddelijke Voorzienigheid' Tegelen

"In 1947 werd ik als internist aangesteld in het ziekenhuis van Tegelen met de prachtige naam 'De Goddelijke Voorzienigheid'. Daarnaast bleef ik als internist verbonden aan de streekziekenhuizen van Venray en Horst. Het Tegelse ziekenhuis  was oorspronkelijk een initiatief van burgemeester Carel van Basten-Batenburg in 1914. De zusters van de Congregatie 'De Goddelijke Voorzienigheid' hadden het geld gegeven, waarmee de bouw kon beginnen. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog - we gaan ver terug in de tijd - kwam men echter al gauw in geldproblemen, zodat men gedwongen was de bouw te staken. Tegelen werd opgescheept met wat de dorpsbewoners al snel 'De Ruïnes' noemden. In 1926 werd alsnog de bouw hervat.  Dit op heftig aandringen van burgemeester Coenders, die in zijn archief een contract had opgediept, waarin de zusters zich verplicht hadden het ziekenhuis te bouwen. De gemeente zelf heeft geen cent daaraan bij behoeven te dragen. Burgemeester Dr. F. Pesch opende 1 augustus 1927 het ziekenhuis. Tegelen had zijn 'gashoës'.

Bij nader inzien was het gebouw totaal ongeschikt om er een ziekenhuis in te huisvesten. Het had bij wijze van spreken een kazerne kunnen zijn. Toen elf jaar later het ziekenhuis verbouwd moest worden, bleken de muren zo hard te zijn dat alle patiënten stekende hoofdpijn kregen van het aanhoudende dreunen van de drilboren.

Niettemin werd in 1938 het Ziekenhuis uitgebreid naar een beddenaantal van achtenzestig. In datzelfde jaar kreeg het ziekenhuis de A-status met een opleidingsbevoegdheid voor verpleging. Dr. Scheres werd als vaste chirurg benoemd. De eerste gediplomeerden, religieuzen, die tot dat ogenblik allemaal zonder opleiding in het ziekenhuis werkzaam waren geweest, studeerden in 1941 af. In 1944 werd het ziekenhuis voor korte tijd een Duits lazaret. Er kwam een noodziekenhuis in het nabij gelegen patronaat. Tegelen werd 1 maart 1945 bevrijd."

 

De Congregatie van de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid

De oorsprong van de Congregatie van de Goddelijke Voorzienigheid ligt in Münster (Duitsland).  De priester Eduard Michelis stichtte in 1842 een congregatie van vrouwelijke religieuzen en belastte hen met de zorg, scholing en opvoeding van meisjes. De naam van de congregatie drukte volgens de stichter de geest uit van het blije onbezorgde kind van God, dat zich in vrijheid en liefde overgeeft aan de Voorzienigheid van de hemelse Vader.

Toen Bismarck in 1872 de  leden van de Katholieke Congregaties verbood nog langer onderwijs te geven, de zogenaamde Kulturkampf, weken meer dan 9000 religieuzen naar het buitenland uit, o.a. naar Steyl (Tegelen).  Vanuit Steyl zijn in deze regio vele scholen opgericht. De verpleging van zieken is, als de deuren van het Tegelse ziekenhuis open gaan, voor de Congregatie een nieuwe activiteit.

Dr. Hillebrand: "Moeder Antoine vertelde me dat het ziekenhuis is gebouwd met het spaarzame geld van de zusters. Zij waren toen in het onderwijs werkzaam en droegen hun geld aan de orde af in verband met de gelofte van armoede, die ze bij intrede aflegden. Toen het ziekenhuis in Tegelen haar deuren opende, wisten zij van verpleging en medische zorg nog vrijwel niets. De eerste patiënt was een vrouw met snijwonden, die met een kruiwagen werd binnengebracht. Ze had ruzie met haar man gehad. Zuster Benedicte heeft haar toen verpleegd."

 

Verhalen uit de beginperiode van het ziekenhuis

De verhalen uit de beginperiode van het ziekenhuis zijn opmerkelijk. De patiënten lagen op houten bedden. Iedereen kon hen van buiten bekijken, want de ramen hadden geen matglas of iets dergelijks. Later werden de overgordijnen uit de operatiekamer, die  boven op de eerste etage gesitueerd was, gehaald om de patiënten beneden toch nog enige privacy te geven.

Er was geen lift in het gebouw. De patiënten werden door vier zusters op brancards naar de operatiekamer gedragen. Geld was voortdurend een probleem. De zusters gingen zaterdags langs de huizen om kwartjes binnen te halen, zodat ook de armsten in het ziekenhuis opgenomen konden worden. De inkopen voor de maaltijd werden gedaan bij de plaatselijke middenstand.

Zij leefden in een tijd dat de mensen zich nog niet dagelijks plachten te wassen. Zuster Philiberta merkte eens op: "Sommigen zijn maar drie maal in hun leven gewassen: bij hun geboorte, bij hun trouwen en bij hun overlijden. " De mensen waren vuil. Ze stonken.

 

Directeur van het Tegelse ziekenhuis

In 1954 vroeg Moeder Antoine, de provinciale overste, mij of ik directeur van het Tegelse ziekenhuis wilde worden. Het was nog in de tijd dat er geen functieomschrijvingen bestonden en alles werd al pratende bedacht en afgesproken. We besloten dat het medisch en verpleegkundige deel onder mijn verantwoording zou komen en de financiën bij de zusters. Ik was wel blij met die afspraak, want niemand was zo secuur met het geld als de zusters. Elke cent werd geteld en er werd niets over de balk gegooid. Ik werd aangesteld als directeur van een voortreffelijk georganiseerd ziekenhuis van negentig bedden Het was geen organisatie, maar een organisme. Iedereen wist wat hij - of beter gezegd zij - moest doen. Zuster Adelheidis regelde alles met strakke hand. Ik heb wel eens gezegd: "Zij was God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest. De almacht had de wind eronder". Ze was een krachtige vrouw. Mijn collega Scheres, chirurg, en ik deden alle medische werk. Het vak was universeel. We behandelden de hele mens.

 

Dr. Hillebrand: "Van dit ziekenhuis werd ik dus directeur, bijgestaan door Zuster Xaverina, hoofd van de verpleging. Zuster Xaverina was een statige, beminnelijke dame, die een natuurlijk gezag uitstraalde. Haar eigenlijke naam was Bernardine Driessen, maar zo kende niemand haar. Pas bij het overlijden placht men de familienaam opnieuw te noemen, mede in verband met de familieleden, die afscheid van gestorvene namen."

 

"De gang van zaken in het ziekenhuis was vanuit ons perspectief gezien nogal primitief. Zo werd er elke zaterdagmorgen gedweild. Dat gebeurde met het spoelwater uit de wasserij. Ja, er mocht niets verloren gaan als het nog ergens te gebruiken was. En wanneer het zo ver was dat er begonnen kon worden, gingen de rokken van de zusters omhoog en de klompen aan. Drie of vier nonnen stonden op een rij, in gebukte houding, met een reusachtige dweil in hun handen. En dan zag je ze ritmisch achteruitlopen, precies in de pas, met de batterij omhoog als een blinde tank. Met oude zakken en het sop uit de wasserij, waaraan een flinke scheut lysol werd toegevoegd, dweilden ze het hele ziekenhuis door. Maar schrobben en dweilen was natuurlijk niet genoeg. De vloeren werden vervolgens spiegelglad geboend, zodat er bijkans niet op te lopen viel. De boenwas, waarmee dat gebeurde, was van stompjes kaarsvet met terpentijn gemaakt. De huishoudelijke werkzaamheden werden door iedereen verricht. Je kon de directrice in de wasserij aantreffen om te mangelen, te rekken en te vouwen. Dat was heel gewoon. Ze sjouwden met de manden vol natte was door het halve ziekenhuis om de boel op de zolders te drogen te hangen. Eén middag in de week zaten ze tijdens de recreatie allemaal de was te sorteren. Alles werd gewassen, ook verband en gaasjes. Wat betreft de keuken: voor ze met hun eigenlijke werk begonnen, maakten ze de groenten schoon en schilden ze de aardappelen. Veel groente kwam uit hun eigen moestuin. Patiënten en personeel aten daarvan, en er bleef ook altijd nog wat over voor de inmaak. Lakens en kussenslopen maakten ze in de naaikamer. Deze waren geborduurd. Van de versleten beddenlakens werden poetsdoeken en van de minder versleten stukken, servetten gemaakt.

De matrassen waren gevuld met kapok. Ieder jaar werden die één voor één open getornd, de vulling werd eruit gehaald en uitgeplozen, waarna de matrassen opnieuw werden bijgevuld en dichtgenaaid."

 

De eerste mannelijke verpleger

"In 1958 wordt de eerste mannelijke verpleger aangesteld op de mannenafdeling. Men zou misschien verwachten dat het een discussiepunt in het door vrouwen gedomineerde ziekenhuis zou zijn, maar dat was het niet. Het gebeurde gewoon."

 

Het ziekenhuis kreeg een bestuur - 1959

"De zusters vonden dat alles in het ziekenhuis prima geregeld was, maar ik voelde me steeds onbehaaglijker bij het idee dat er niemand was waaraan ik als directeur verantwoording moest afleggen. Ik was een soort alleenheerser en daar wilde ik van af. Ik wilde een bestuur, dat mij ter verantwoording zou kunnen roepen en heb de kwestie met moeder Antoine besproken.  Gelukkig kon ik haar van de noodzaak overtuigen om een bestuur over het ziekenhuis aan te stellen. Toen eenmaal het besluit genomen was, kreeg ik de taak om bestuursleden te zoeken. Bij wijze van spreken mijn eigen toekomstige bazen. Er werd nog even gesuggereerd dat ik ook wel bestuurslid zou kunnen worden, maar dat heb ik beleefd van de hand gewezen. Dat was nu juist niet de bedoeling, argumenteerde ik. Ik wilde een scheiding van machten. Het bestuur bestond uit drie leden van de Moedercongregatie en drie notabelen uit  Tegelen. Voorzitter werd de accountant van de congregatie, de heer Van den Eerenbeemt.

 

Verhoudingen

"De verhouding tussen bestuur en directeur was in die dagen volledig anders dan ze nu zijn. De bestuursleden beschouwden het bestuurslidmaatschap als een eer en kregen geen enkele financiële vergoeding. Het gratis glaasje wijn dat na elke bestuursvergadering geschonken werd, was voldoende. En een uitnodiging voor de jaarlijkse proefavond, waarin de bestuursleden en de directeur bepaalden met welke wijnen de wijnvoorraad van het ziekenhuis aangevuld diende te worden. Ik verzeker u dat deze wijnproeverij niet ten koste ging van de patiëntenzorg. Deze wijnproeverij kreeg later zijn voortzetting in het jaarlijks diner, dat voor bestuursleden, leidinggevenden en specialisten en hun partners werd georganiseerd. Het vond elk jaar plaats op 9 november, de naamdag van Sint Willibrord.

Nog een aardig detail: De Duitsers hadden tijdens de oorlog twee schuilkelders in de achtertuin van het ziekenhuis gebouwd. Ze waren bedekt met één meter zand. Door de koele temperatuur waren die schuilkelders een uitermate geschikte plaats om onze wijn en levensmiddelen te bewaren."

 

CAO

" Een van de meest aangrijpende kwesties in die tijd betrof de invoering van de CAO. De zusters, die al die jaren in het ziekenhuis werkzaam waren geweest, hadden nooit loon voor hun werk ontvangen. Zij hadden immers de gelofte van armoede afgelegd en dan behoefde je voor hun werk blijkbaar niet te betalen, was de redenatie. De leken-verpleegsters, die later in het ziekenhuis kwamen werken, werkten wel volgens de CAO en kregen hun salaris. Geleidelijk drong het besef door dat de ziekenfondsen in zekere zin roofbouw op de zusters pleegden door hen niet te betalen. Bestuur en directie hebben alles gedaan om een eind te maken aan deze scheve verhouding. De weerstand kwam echter uit  een geheel onverwachte hoek, namelijk uit die van de congregatie zelf. De gelofte van armoede, die de zusters bij hun intrede in de congregatie hadden afgelegd, verbood hen om salaris aan te nemen. Een plenaire vergadering van het Generalaat in Duitsland was nodig om alsnog te besluiten dat het door de zusters verdiende geld aanvaard kon worden, met dien verstande dat het geld voortaan in de kas van de congregatie terecht zou komen."

 

De bouw van het Sint Willibrord ziekenhuis

"Het Tegelse ziekenhuis floreerde. In toenemende mate werden ook patiënten uit de Venlose regio opgenomen. We merkten toen dat het ziekenhuis eigenlijk te klein was voor het aantal patiënten dat we hadden. We zagen in dat we op den duur als klein ziekenhuis ook eigenlijk niet meer zouden kunnen voldoen aan de eisen van de moderne gezondheidszorg. De moderne medische apparatuur zou miljoenen vergen en het geld daarvoor zou ons ontbreken. Bestuur en directie namen toen het moedige besluit om een nieuw ziekenhuis te bouwen. Ik werd belast met de bouw ervan - en aanvaardde die taak naast de taken die ik als geneesheer-directeur reeds had en de verplichtingen die ik had in mijn praktijk als internist in Tegelen en Horst.

In november 1960 vond de eerste steenlegging plaats voor het nieuwe Sint Willibrord ziekenhuis aan de Raadhuislaan, capaciteit 268 bedden. De bouw duurde vier jaar.  Het ziekenhuis werd zes november 1964 officieel in gebruik genomen. Het oude ziekenhuis werd omgebouwd tot verpleegstershuis en verpleeghuis. Bij de ingebruikneming op zeventien november 1967 gaf men het gebouw de naam 't Peske mee, verwijzend naar de doorwaadbare plaats in de beek, die vroeger op die plek stroomde.

 

Bij deze gelegenheid werd aan dr. Scheres, de enige chirurg in het ziekenhuis, en aan mij een pauselijke onderscheiding uitgereikt door deken Stoot. Wij werden ridders in de orde van Sint Silvester Bij die gelegenheid lanceerde deken Stoot de later gevleugelde uitspraak: "S.O.S, Sjaeris Op Stoann!"

 

Onze ambities waren hoog. We wilden een kwaliteitsziekenhuis, dat zich met andere ziekenhuizen kon meten, maar wel binnen het bescheiden budget dat we hadden. Dat is ons gelukt, mede doordat iedereen meedacht. Toen het ziekenhuis er eenmaal stond, was zowel nationaal als ook  internationaal de belangstelling erg groot. Men wilde weten hoe we het ziekenhuis hadden opgezet en hoe we gebruik hadden gemaakt van de nieuwste inzichten.

De toenmalige staatssecretaris Bartels vereerde ons met een bezoek en sprak zijn grote waardering uit.

Door de grote belangstelling ontstond er een vast patroon voor de rondleidingen, die ik samen met o.a. zuster Ancilla verzorgde.

We begonnen met een geluidsband, waarop wij ons verhaal deden, met vertoon van dia's. Op de band gaf ik een algemene inleiding en zuster Ancilla, die diëtiste was,  gaf een toelichting bij het patiënten-maaltijdsysteem. Zuster Ancilla(, die diëtiste was,) en ik hadden dit revolutionaire systeem zelf bedacht en ontwikkeld. De patiënt werd 1½ uur voor de maaltijd gevraagd naar zijn wensen omtrent de samenstelling en de hoeveelheid van het eten en naar het voorgeschreven dieet. Het was een soort à la carte systeem, dat later al dan niet op dezelfde wijze in de gezondheidszorg navolging kreeg.

Een andere verworvenheid van ons ziekenhuis was het systeem van de buizenpost. Het systeem is nu natuurlijk volstrekt achterhaald door de opkomst van de computer en intranet, maar wat waren we er toen trots op.

Ons patiënten-oproepsysteem was een primeur voor Nederland. De patiënt  had direct contact met de centrale, die vervolgens de nodige maatregelen kon nemen.

We hadden voorts een centrale sterilisatieafdeling naast de operatiekamer - dit in tegenstelling tot de vroegere situatie waar het steriliseren in de operatiekamer zelf gebeurde. Het was een grote verbetering.

Een andere nieuwigheid was het babypap-systeem. De babypappen werden in een centrale keuken bereid. De flessen werden automatisch gewassen en gesteriliseerd en met gesteriliseerde voeding gevuld. De kleur van de flessendop gaf het soort voeding aan."

 

Sterven

"Een ziekenhuis geeft een patiënt niet graag over aan de dood. Maar het is mijn overtuiging dat wie heelt en verpleegt, zich ook vertrouwd moet maken met het sterven en de dood. Ons mortuarium stond bekend als een plaats van grote liefde voor de gestorvene. Zuster Irmlinda deed daar haar mooie werk. Ook de armsten hadden een zee van bloemen om zich heen. Zuster Irmlinda liep het hele ziekenhuis af om verse bloemen, die achtergelaten waren, te verzamelen en mee te nemen. De bloemen waren blijken van liefde.

 

Nog een enkele opmerking over de taak van de arts. De arts heeft naar mijn oordeel de plicht om bij het sterven van een patiënt steeds na te gaan wat de oorzaak van het sterven is. Hij moet dit onderzoeken vanuit zijn medische professie. Het kan bijdragen tot grotere kennis. En als er fouten gemaakt zijn, kan men daarvan leren. Elk ziekenhuis hoort een sectiekamer te hebben, waarin de patholoog-anatoom zijn werk kan doen. De ervaring leert dat 95% van de mensen toestemming tot obductie geeft. Nadien, en dat vind ik wezenlijk, dient de familie op de hoogte gesteld te worden van de onderzoeksresultaten. Het kan in mijn ogen bijdragen tot de rouwverwerking bij de nabestaanden."

 

Willibrordus mozaïek

"Het nieuwe ziekenhuisgebouw werd verrijkt met een groot mozaïek van Daan Wildschut. Het verbeeldt de aankomst van Sint Willibrordus in het gezelschap van enkele mannen. In de linkerhoek van het mozaïek is te zien hoe een ziekenverzorgende een patiënt verzorgt. Het is een unieke afbeelding, zo heb ik later ontdekt. In de vroege Middeleeuwen was het afbeelden van zieken nog gewoon, maar in de tijden daarna was het afbeelden van patiënten in een ziekenhuisomgeving taboe. Men meende dat het de genezing en het herstel van de zieke in de weg zou staan.

Ik citeer uit 'De ziekenhuispatiënt' van Dr. J.J.C.B. Bremer  (1964): "Eeuwenlang verdwenen afbeeldingen van ziekenhuizen uit de kunst en even zo lang werden uitbeeldingen uit het leven van zieken niet meer aangebracht in en aan ziekenhuizen, daaraan is te zien hoe deze ziekenoorden in de loop van de tijd veranderden. Na deze langdurige leemte in de kunstzinnige weergave van ziekenhuisevenementen is het des te opvallender, dat heden ten dage bedlegerigheid weer aan de gevel van een nieuw ziekenhuis kan worden afgebeeld, zij het in religieus-symbolische, maar daarmee niet minder eigentijdse vorm. Een fraai voorbeeld vormt de nieuwe gevel van het Sint Willibrordus Ziekenhuis in  Tegelen, ontworpen door Daan Wildschut." 

 

Plaquette

"Het nieuwe ziekenhuis werd vernoemd naar Sint Willibrordus. Deze heilige. bracht het Christendom vanuit Ierland in onze contreien. In de muur van de hal van het ziekenhuis werd een plaquette ingemetseld, hetgeen bij de eerste steenlegging gebruik was, met een gedicht van pater Jacques Schreurs.

 

St. Willibrord ben ik gewijd.

Met dood en ziekte voer ik strijd.

Schiet mijn heelkunst mij tekort

Dan helpe mij St. Willibrord.

 

Achter de plaquette is een koker verborgen met daarin een oorkonde en één exemplaar van elke Nederlandse munt uit die tijd."

 

De fusie (1970)

" Het Tegelse ziekenhuis was een klein ziekenhuis. Even verderop in Venlo stond het Sint Joseph-ziekenhuis. Wilden we de ontwikkelingen in de gezondheidszorg volgen, dan was samenwerking tussen beide ziekenhuizen geboden, althans dat was mijn mening. Men zal begrijpen dat niet iedereen hiervan ogenblikkelijk overtuigd was. Ook binnen de eigen gelederen waren er soms pijnlijke momenten. Niettemin begonnen we aan een reeks gesprekken, waarin beide ziekenhuizen nadachten over de betekenis van een eventuele samenwerking en hoe deze vorm gegeven kon worden. Steeds was daarin het dilemma van enerzijds de schaalvergroting, waardoor we de verschillende medische specialisaties en bijbehorende technologieën aan het ziekenhuis konden verbinden, en anderzijds het behoud van de persoonlijke benadering, die we kenden vanuit de kleinschalige setting, waarin beide ziekenhuizen tot dan toe hadden gefunctioneerd. Ook de ziekenhuizen Van Venray en Horst werden bij deze besprekingen betrokken. De eerder genoemde heer Bartels, inmiddels ex-staatssecretaris van Volksgezondheid, werd aangetrokken als voorzitter van deze gesprekken. Hij trok ons over de streep. "Jullie moeten het niet bij mooie woorden laten, je moet het durven doen."

De fusie van het Sint Willibrordus ziekenhuis met het  Sint Joseph-ziekenhuis werd 26 november 1970 een feit. Al snel daarna besloten we een nieuw ziekenhuis te bouwen, het Sint Maartens Gasthuis, tegenwoordig Vie-Curie.

De plek waarop het ziekenhuis werd gebouwd, was uniek, precies tussen Venlo en Tegelen en aan de oever van de Maas. Ik werd als directeur belast met de bouw, mede omdat ik al eerder de bouw van een ziekenhuis had meegemaakt. Er werd verondersteld dat ik de voetangels en klemmen van zo'n proces inmiddels wel zou kennen. Niettemin was dit proces onvergelijkbaar met wat ik voorheen had meegemaakt, al was het alleen al om de enorm toegenomen bureaucratische rompslomp. Het Sint Maartens Gasthuis was december 1983 klaar, precies voor de Kerst. Daar vele patiënten de Kerst thuis vierden, kon er gemakkelijker overgehuisd worden.  Met de ingang van het nieuwe jaar werd het ziekenhuis volledig in bedrijf genomen. Koningin Beatrix heeft het ziekenhuis op vrijdag 24 augustus 1983 officieel geopend. En toen was het voor mij tijd om afscheid te nemen. Ik ging met pensioen in 1984, 70 jaar oud."

 

Eerbetoon aan de zusters

 

"Ik heb diep respect voor de zusters, die dag en nacht voor de patiënten in de weer waren. Ze wisselden hun werk af met bidden en vasten, dat was hun leven. Ze waren volledig bereid om zich voor de ander in te zetten. Ze financierden het ziekenhuis en ook later nog toen er een röntgenapparaat aangeschaft moest worden. Hun aanwezigheid zorgde voor continuïteit en ervaring en bepaalde de sfeer van het ziekenhuis. Met hun voortdurende bezieling en doorzettings-vermogen hebben ze het ziekenhuis door de jaren heen in stand gehouden en tot bloei gebracht.

Ik zou enkele zusters bij name willen noemen.

 

Ik herinner me Zuster Philiberta, een vrouw die met hart en ziel haar werk deed. 's Avonds laat liep ze nog een ronde over de afdeling. Ze had een feilloos gevoel voor wat er in de mens leefde en had een goed woord voor iedereen die dat nodig had. Als ik me afvroeg of ik een patiënt zou laten bedienen, overlegde ik dat met haar. Ze was een lieve vrouw.

Ik schreef het In memoriam voor haar. "Een van de zeer grote vrouwen die als geroepen verpleegster talloze patiënten verlichting heeft gebracht. Als een moderne Florence Nightingale, de dame met de lamp, liep ze ook nog 's avonds laat, hier wat bijschikkend, daar wat troostend, over de verpleeg-afdeling. Minstens een hele generatie patiënten uit de regio kent haar. Van 1927 tot 1972 heeft ze haar zegenrijke werk gedaan in het Tegelse ziekenhuis. Patiënten, medeverpleegkundigen en artsen stelden haar raad op prijs. Ook toen zij, door een chronische, pijnlijke ziekte getroffen, aan bed was gebonden, bleef zij vol belangstelling voor ons nieuwe ziekenhuis. Wij hebben alleen maar goede herinneringen aan haar. Zij heeft haar lamp doorgegeven. Veel is er veranderd sinds zij begon, maar zij bleef vol lof en vertrouwen over de verpleegkundige van vandaag."

 

Moeder Overste Stella Maris maakte haar naam waar door overal waar ze kwam een aangename huiselijkheid te scheppen. Elke avond wachtte ze in de huiskamer tot alle zusters naar bed gingen. Als een zuster het moeilijk had zoals bijvoorbeeld zuster Philiberta die aan reumatoïde artritis leed en veel pijn had, troostte ze. Samen dronken ze alvorens naar bed te gaan een glaasje advocaat.

 

En dan is er zuster Egilberta, het hoofd van de baby- en kinderafdeling. Ze liep dag en nacht over de afdeling. Ook in de weekenden was ze er. Niets ontsnapte aan haar aandacht. Ik trad noodgedwongen op als kinderarts, omdat de kinderarts in Venlo weigerde naar Tegelen te komen. Later werd dr. Annie Gierlings als kinderarts aangetrokken en zuster Egilberta werd haar rechterhand. Na een dienstverband van vierenveertig jaar ging ze met pensioen. Toen ze hoogbejaard was, sloeg de dementie toe. Het was aandoenlijk om te zien hoe ze de hele dag met een babypop in haar armen rondliep.

 

aldehidis

 

Zuster Adelhildis was een factotum, mijn tweede geheugen. Ze kende alle patiënten bij naam en wist bij welk ziekenfonds ze waren ingeschreven, inclusief het ziekenfondsnummer. Desgevraagd wist zij alle statussen van de patiënten in een mum van tijd te voorschijn te toveren. Dit lukte niemand. Het was het unieke systeem van zuster Adelhildis, waar voor de buitenstaander geen touw aan vast te knopen was. Toen we besloten op een alfabetisch systeem over te gaan, al was het alleen maar omdat dan ook anderen een status zouden kunnen vinden zonder de hulp van zuster Adelhildis, viel er menig traantje.

Een anekdote: Het spreekuur begon om 9.00 uur 's morgens en liep soms tot 16.00 uur uit, zonder enige koffiepauze of iets van dien aard. Zuster Adelhildis assisteerde me daarbij altijd trouw. Na een heel drukke dag riep ik enigszins vermoeid: "De volgende patiënt". De deur zwaaide open en Joke Kint, mijn assistente en Jo Theeuwen mijn secretaresse, reden lachend zuster Adelhildis op een brancard naar binnen. Zuster Adelhildes werd bij ons ingeschreven als de 100ste  patiënt van die dag, en het spreekuur eindigde pas rond een uur of vijf. 

 

 

MoederAntoine

 

Tenslotte Moeder Antoine. Ik heb haar al enkele keren genoemd. Zij is een van de vrouwen, die ik het meest heb bewonderd. Zij was een intelligente, verstandige vrouw. Bij haar kon ik terecht bij alle problemen in het ziekenhuis. Ze had een vooruitziende blik. Ze zag de veranderingen in de maatschappij en besefte dat het kloosterleven zoals dat toen bestond, niet langer vol te houden was. Ik herinner me nog dat ze zei: "Ik zou jonge meisjes het kloosterleven niet meer aan willen doen. Waarom zouden zij zich in de voorbije wereld moeten verplaatsen? Jongeren durven zo veel, ze zullen met nieuwe ideeën komen. Ik ben geen profetes, maar we zullen nog eens verrast staan." Dat was vóór 1964. Ze heeft gelijk gekregen. Ik beschouw de medewerkers van de thuiszorg in zekere zin als de opvolgers van de zusters. Nu 43 jaar later kunnen we concluderen dat Moeder Antoine ondanks het feit dat ze dat zelf ontkende, een waarlijke profetes was."

 

Zorg aan huis

"Tengevolge van een herseninfarct is mijn vrouw linkszijdig verlamd. Ze wordt tegenwoordig met behulp van een tillift in de rolstoel gezet. De medewerkers van de thuiszorg komen vijf maal per dag. 's Avonds om half zes dekken zij de tafel, bereiden de sla en zetten de maaltijden uit de koeling in de magnetron. Als het acht uur is helpen zij mijn vrouw naar bed. De medewerkers van de thuiszorg zijn dag en nacht bereikbaar. Henriëtte Simons is de eerst verantwoordelijke verpleegster (EVV). Ze werkt bij het Groene Kruis-Zorg aan Huis hier in Tegelen. Ze en haar collega's komen nu al zeven jaar bij ons. Ik ervaar de deskundigheid en de vriendelijke bejegening van haar en haar collega's elke dag. Ze zijn lief.  Als ik hen zie, denk ik vaak terug aan de woorden van moeder Antoine. Het eerbetoon dat ik aan de zusters geef, geldt ook hen. Hulde aan Henriëtte Simons en haar collega's leken-medewerkers van het Groene Kruis Zorg aan Huis."

 

 

Medewerkers Ziekenhuis Tegelen

 

Zr. Adèle - Ernst

Zr. Adelheide - Kass

Zr. Adelhildis - Meyer

Adriaens, R.M.I.M.

Aerts, J.W.M.

Zr. Aldegardis - Seyock

Zr. Ancilla - Droog

Zr. Ans (Philomea) - Welten

Zr. Arialda - Sondker

Zr. Bernadette - Davits

Zr. Bernadetti - Vedders

Zr. M. Bernadine - Schwarze

Zr. Bernardo - Peeters

Zr. Berhelmis - Polling

Zr. Bertrude - Verwegen

Zr. Bonefaas - Schulte

Bors-Oehlen, W.J.A.

Zr. Brigitte - Denissen

Zr. M. Catharina - v. Gerwen

Zr. Catharina - Peters

Claessen, P.H.

Claessen, P.J.A.J.

Claessen, W.Q.G.J.

Zr. Cleophanis - Meyer

Cruysberg, H.F.M.

Doesborgh, W.G.

Dommeck, M.M.M.

Driessen, A.Th.

Driessen, P.C.J.

Dusch, W.H.

Zr. Egidia - v.d.Heuvel

Zr. Egilbertha - Sandkühler

Zr. Elisia - Bemelen

Zr. Emmanuel - v.d. Beuken

Zr. Engelinde - Sprenger

Zr. Ethelberthe - Fischer

Emans-Dommeck, M.T.E.

 

Engelen, L.P.M.

Erkamps, J.B.J.

Ewalds-Derks, J.M.H.

Ewals-Helmes, C.C.J.J

Zr. Gertrudi - Denessen

Zr. Geertruida-Simonsma

Gierlings, A.W.M.

Geurts, A.G.H.

Geyzen, A,E

Grood, de, M.P.A.M.

Hansen, H.Th.

Hansen, J.M.G.

Zr. Hedwige Erkens

Heesch, van P.A.J.

Zr. Helena (Imbirgis) - Friese

Hendriks - van Gasteren, L.G.

Hermans, W.H.M.

Zr. Hildefonsa - Reiring

Hillebrand, A.E.V.

Houba, R.J.

Zr. Hubertinis - Heynen

Huiskes, J.A.J.

Zr. Irmlanda - Verwegen

Zr. Irmgardis, Pijnappel

Zr. Ivonne - Geris

Zr. Jacqueline - Geelen

Zr. Jacqueline - van Lier

Janssen, H.G.

Zr. Johanna - Schoenaker

Zr. Johanna - Gottschalk

Zr. Johanna - Janssen

Janssen, M.C.

Jaspar, J.E.H.M.

Jaspers, E.M. Th.M.

Joosten, J.M.

Zr. Joseph - Willems

Zr. Josepjis _ Hillemann

 

Zr. Josina - Schwier

Kempen, van H.M.

Kint, J.A.

Korsten, J.G.

Kusters, J.G.L.Zr. Lamberti - Willems

Zr. Laurensa - Mooren

Zr. Laurentis - v, Husen

Zr. Laurino - Smedts

Lenssen, J.J.

Zr. Leonice - Sengers

Zr. Levina - Dillkamp

Zr. Levine - Kortmüller

Zr. Luciani - Stachowsky

Zr. Marcelle - v, Dongen

Zr. Margo - Otten

Zr. Maristella - Harmsen

Zr. Marie - Maas

Zr. Martina - Wessels

Zr. Materna - v.d. Beuken

Zr. Merita - Miethe

Mostart, A.C.M.J.A.

Massop, P.W.H.

Mooren, F.J.G

Moorsel, van, A.M.

Zr. Marie Elise - Jacobs

Zr. Manuela - Wichmar

Zr. Milana - Wiegelmann

Zr. Maria Pia - v, Haaren

Zr, Marie Thérèse - Keysers

Nievelstein, L.G.J.

Zr. Odile - Cox

Obermeyer, R.M.

Zr. Odolfa-Witthake

Opstals, H.J.M.

Peeters, M.H.E.

Zr. Philberta - Paulfeuerborn

 

Zr. Purissima - Pikker

Raedts, M.G.H.

Retera, R.J.M.

Roggen, J.M.P.P.

Rutten-Willemsen, B.H.J

Zr. Sabine - Jonge

Zr. Samuela - Ortmeyer

Schatorje, P.E.G.

Scheres, A.W.

Zr. Scholastia - Dümpelmann

Schouwenberg, P.H.J.

Schollaardt - Timmermans, M.A.

Zr. Sigmunde - Achtergarde

Smits, J.G.H..

Steeghs-Pleiter, J.C.

Zr. Tarcisa - Papenheim

Teeuwen, H.Th. P.J.

Teeuwen, J.A, P.G.

Zr. Theresinia - Kuypers

Titulaer, J.H.

Zr. Thérèse - Jacobs

Zr. Theresino - Willemsen

Zr. Trubertis - ZinselmeierVerhaag, Th. H.

Vermeulen, C.W.

Zr. Victoire - Pikker

Vorgers-van Dongen, J.C.

Vos, G.A. H

Waterborg, H.

Welten, F.P.J.

Willems, F.J.E.T.

Wismans, Th.M.J.

Wolters, J.G.

Wolters, P.J. G.

Wijnands, S.J.G.

Wijnands-v.d.Winkel, H.B.

Zr. Xaverina - Driessen

 

 

CheckStat