|
Wim Rhebergen Contact: info@rhegie.com |
|
“Het is een sprookjesverhaal, waar ik in terecht ben gekomen!” |
||
|
|
|
|
||
|
Shuarvrouw |
|
Zaterdag 18 oktober 2008
trouwden Klaudie Kok en Sebastian Leonardo Moya Ludeña in Banos, Ecuador,
volgens de inheemse rite. Haar ouders waren voor
die gelegenheid naar Ecuador gereisd. Toen
zij eenmaal weer in Nederland
terugkwamen, lieten ze aan familie en vrienden enthousiast de foto’s zien van
de ceremonie, waarbij hun dochter het stralende middelpunt was. Deze foto’s kreeg ik ook
onder ogen en ik was zo onder de indruk van wat ik zag, dat ik de stoute
schoenen aantrok om met behulp van enkele tussenpersonen Klaudie te vragen of ze het verhaal over hun liefde
aan mij wilde vertellen. Enthousiast mailde ze me
terug, De wereld, zo blijkt
maar weer eens, wordt door internet heel erg klein. Dit interview is
gebaseerd op onze correspondentie. De foto’s zijn van
Klaudie en zijn auteursrechtelijk
beschermd. |
||
|
|
|
|
||
|
Shuarkrijgertje |
|
Hoe moet ik je noemen? Wat is de naam van je man? “Ik heb gewoon mijn
eigen naam gehouden, Klaudie Kok. Op sommige momenten ben
ik zo Nederlands als mogelijk is, dat zit in me en gaat er niet meer uit. Hoewel ik me heel erg
thuis voel in de Latijns-Amerikaanse cultuur, ervaar ik me hier in Ecuador
ten opzichte van de Ecuadoriaanse vrouwen, of soms in het samenzijn met
Sebas, echt als een Nederlandse, geëmancipeerde vrouw. Juist nu ik hier in
Ecuador woon en leef, begint het tot me door te dringen hoe Nederlands ik
eigenlijk ben. De Ecuadorianen hebben
vier namen; twee voornamen en twee achternamen. Mijn man heet Sebastían Leonardo Moya Ludeña. Dit is zijn Spaanse
naam. Toen hij werd geboren, mochten de Indiaanse bewoners geen Indiaanse
namen bij de burgerlijke stand opgeven. De naam moest Spaans zijn. Zijn grootvader werd als
klein jochie door een Spaanse missionaris opgenomen toen zijn ouders door
vijandelijke stammen waren gedood. De missionaris gaf hem de achternaam Moya
mee. Dat zijn nog de ´echte´ verhalen
van vroeger, die we nu gelukkig niet meer meemaken. Zijn opa is Shuar
indiaan. De Shuarkrijgers maakten in die oude tijd nog tsantsa’s,
oorlogstrofeeën, die ze overal trots met zich meedroegen. Ze hakten het hoofd
van hun vijand af en lieten het, na het verwijderen van de hersenen en
schedel, in een bad met warm water en
kruiden zakken, met als gevolg dat het hoofd kromp. Daarna naaiden ze de ogen
en mond dicht, opdat de ziel niet meer zou ontsnappen om wraak te nemen. Het
is wellicht overbodig om te zeggen dat deze praktijken al decennia lang
verboden zijn en gelukkig niet meer voorkomen. Soms echter zie je nog iets
van die oude praktijken terug, maar dan zijn de hoofden van luiaards
gebruikt. Luiaards zijn dieren, die ondersteboven met hun haakvormige vinger- en teenklauwen aan
de takken in de bomen hangen en hier in Ecuador veel voorkomen. |
||
|
Shuarkrijger |
||||
|
Shuarkrijger |
|
De Indiaanse naam van
Sebas is Tayua Antunish. Tayua betekent ´sterke
krijger´ of ´zwarte poema´. Hij is heel trots op
zijn naam en ik vind het prachtig, dat hij zijn cultuur, achtergrond en
tradities zoveel mogelijk wil
behouden. Al heeft dat - onder ons
gezegd – ook zijn keerzijde. Hij beweert soms ook dat
hij volgens zijn cultuur meerdere vrouwen mag hebben. Het is een echte
Shuarwet, die hij in ere wil houden, maar steeds als hij dat zegt komen mijn
geëmancipeerde Nederlandse ´instincten´ weer naar boven, haha. Zijn opa is 100% Shuar,
maar zijn oma is half Shuar, half Quichua-indiaans. |
||
|
|
|
|||
|
In
vol ornaat |
|
Hoe heb je hem leren kennen? Voor de lerarenopleiding
Engels heb ik stage gelopen in Venezuela, maar feitelijk was ik meer op reis
door het land dan dat ik les gaf. Na een paar maanden had
ik al het gevoel dat het gebeurd was. Ik kon niet stoppen met
reizen. Mijn thuisgevoel werd kwetsbaar. Ik voelde me wel héél
erg sterk aangetrokken tot Latijns-Amerika. Toen ik van die stage
terugkwam, heb ik nog twee jaar een toeristische
opleiding gevolgd aan de NHTV in Breda en liep daarna als reisbegeleidster
stage in Mexico en Guatemala, Ik heb de afgelopen 6
jaar reizen begeleid. Ik was zo´n vijf maanden per jaar voor de Nederlandse
touroperators in Latijns-Amerika op pad. En vijf maanden per
jaar was ik zelf aan het reizen,
behalve in Latijns-Amerika ook in
Azië. Dan was ik vaak in januari en juni even thuis. Dat was toen voor mij
een mooi leventje, heerlijk: vrijheid, blijheid en vooral de mogelijkheid om
veel nieuwe culturen te leren kennen. Dan werd ik ´s ochtends
wakker in b.v. Bolivia of Myanmar, het huidige Birma, en verheugde ik me al
met de gedachte welke mooie, interessante mensen ik die dag weer zou gaan
ontmoeten? Je bent gewoon in een heel andere cultuur, met
andere tradities, talen en geloof, met mensen die heel anders denken dan wat
ik in het Limburgse gewend was. Maar drie jaar geleden begon ik het reizen
een beetje moe te worden. Het zich steeds weer
opnieuw verplaatsen en niks kunnen delen met mensen die je lief hebt, begon
me parten te spelen. Ik begon diepgang te missen. |
||
|
Shuarvrouw |
|
Ik was omgeven door
oppervlakkige contacten van reizigers, die elkaar hooguit maar een of twee
dagen zagen. Bovendien, zo realiseerde ik me, was ik heel erg gericht naar buiten.
Ik wilde andere culturen leren kennen, dingen zien die ik nog nooit gezien
had. Dat was ontzettend interessant, maar ik had ook de behoefte me meer naar
binnen te richten en iets te doen aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Toen
ben ik zeven maanden thuis geweest in Nederland, met het doel om eens na te
denken over wat ik nu precies wilde. Natuurlijk werkt dit in
de praktijk niet zo, althans niet voor mij.
Toen heb ik de knoop doorgehakt. Ik besloot nog twéé jaar flink te
reizen en alles te zien wat ik kon en wilde zien. Daarna wilde ik iets in
Nederland opbouwen. In Nederland woonde tenslotte mijn familie. Maar uiteindelijk voelde
het niet als een beslissing, waar ik voor de volle 100% achter stond. Mijn
familie heeft altijd achter me gestaan. Ze hebben me gestimuleerd te doen wat
ik wilde. Mijn pa had veel gereisd voor zaken. Met hem kon ik iets delen wat
ik met niemand kon delen: het gevoel dat niemand je begrijpt als je na een
reis thuis komt, boordevol met verhalen en ervaringen van geuren, kleuren en
mensen en vervolgens niet in staat te blijken om dat aan de mensen thuis over
te brengen. Ook mijn moeder begreep
dat ik heel vrolijk was in Latijns-Amerika. Zij gaf me het gevoel dat ik moest doen wat mij
gelukkig van maakt. Maar waarom zou ik naar
Latijns-Amerika moeten? Er was niets concreets, waarbij ik mij zou kunnen
aansluiten. |
||
|
|
|
|||
|
Shuarkrijger |
|
Sebas Totdat ik Sebas
tegenkwam. Het gebeurde in de eerste week dat ik weer in Ecuador was. Het
voelde meteen als een héél duidelijke reden om in Latijns-Amerika te blijven.
Hij was mijn gids op een jungletour naar een Shuargebied in het zuiden van
Ecuador. Ik wilde die reis de
ayahuasca-plant uitproberen. Dat is een liaan,
waarvan een vloeistof wordt gekookt die je laat hallucineren. De jungle-indianen maken
daarvan gebruik van om hun toekomst te zien of raad te krijgen van
natuurgeesten of van Arutam, de belangrijkste geest van de waterval. Ik wilde de methode
uitproberen om mijn eigen vraagstuk in kaart te brengen. Ik was bang om aan een
´burgerlijk leven´ op een vaste plek in Nederland te beginnen. De ayuasca zou
me daar dan antwoord op moeten geven. Omdat ik nooit drugs of
zo had gebruikt, werkte die ayuascadrank nogal sterk op me in. Ik was een beetje ziek
en misselijk, maar aan mijn zijde zat mijn ´redder´ en gids Sebas. Hij is die nacht bij me
geweest toen ik van alles door mijn hoofd zag huppelen. Ik was op slag verliefd.
We maken er nog steeds
grapjes over dat ik toen ´de tijger´ in zijn ogen heb gekeken en zijn hart
heb horen slaan. Ik was verloren!! Maar het was wel mooi,
die boodschap die de ayahuascaplant me die nacht gaf. Klaudie, je bent klaar
voor het ´burgerlijk leventje´ en het is echt niet zo saai als het je lijkt.
Toen ben ik in Ecuador gebleven! Ik had mijn plek gevonden! Het heeft uiteindelijk
nog wel een tijdje geduurd, voordat ik van die reislust af was. Afgelopen
december heb ik mijn laatste buitenlandse reis in Patagonië begeleid. Ik besefte opeens dat ik
er helemaal niks aan vind alleen op pad te zijn, zonder Sebas. Bovendien
miste ik Ecuador, dus ik kan nu wel zeggen dat het land mijn thuis is
geworden. |
||
|
Sebas en zijn grootvader |
||||
|
|
|
|
||
|
Tante Elisabeth |
|
Het huwelijksaanzoek. Wist je waaraan je
begon? Nee, natuurlijk niet. Maar de liefde was zo sterk.... Er is geen
huwelijksaanzoek geweest! Meteen, al vrij snel nadat
we elkaar hadden leren kennen en ik met hem op excursie was geweest, werd
duidelijk dat het heel goed voelde, samen met Sebas. En ik ben bij hem
gebleven. In Ecuador mag een
toerist maar 180 dagen per jaar in het land blijven, dus moesten we iets
praktisch regelen. Sebas was heel duidelijk
dat hij niet in Europa wilde wonen. Hij had op 20-jarige
leeftijd voor een uitwisselingsprogramma twee jaar in Duitsland gestudeerd. Dat is niet niks voor een
Indiaan, die net uit de jungle gekomen is en zomaar in Europa in een totaal
andere cultuur wordt gezet, zonder de Duitse of de Engelse taal machtig te
zijn! Ik wil maar even zeggen
dat hij in wel drie verschillende culturen leeft: zijn Indiaanse cultuur, de
Latino cultuur en mijn Europese cultuur. Die drie culturen zijn
een wereld van verschil. Je moet de juiste weg erin vinden en er de positieve
aspecten leren uit te halen. Ook in onze relatie geldt dat. Die verschillen doen
zich elke dag in tientallen details voor. Voor mij was het heel
duidelijk dat hij niet naar Europa wilde. Duitsland was een goede ervaring
voor hem geweest, maar hij wilde er niet wonen. Voor mij was dat ook
heel positief, want ik begreep dat hij een man was die wist wat hij wilde.
Hij werd niet verleid door de rijkdom en de mogelijkheden van Europa. Hij is een echt
jungledier. Wij wonen in Baños, een
toeristisch en gezellig dorp op Het ligt tussen de Andes
en de jungle in. Als hij er twee weken is, wil hij alweer naar zijn jungle,
naar de natuur waar hij zich thuis voelt. |
||
|
|
||||
|
|
|
Maar net als bij mij zie
ik dat hij dat thuisgevoel mist. Hij heeft vanaf zijn kinderjaren veel door Ecuador
gezworven. Zijn ouders gingen op zijn derde uit elkaar. Hij is in de jungle
opgegroeid, maar woont al jaren in de latinocultuur, in een dorp van
mestiezen. De mestiezen zijn een
mengeling van blanken en indianen, met een geheel eigen cultuur. Deze lijkt
weinig op de oorspronkelijke Indiaanse cultuur en heeft alle gemakken van de
Westerse beschaving zich eigen gemaakt. Ik merk dat Sebas ook af en toe
zoekende is naar wat nu echt zijn thuis is. Voor mij was het
duidelijk dat ik hier wilde blijven en niet naar Nederland of waar dan ook,
wilde terugkeren om er te wonen. Sinds mijn studietijd was ik al weg uit
Nederland en ik voelde me heel goed in Ecuador. Dus stonden we voor de opgave een visum
voor me regelen. Er waren twee
mogelijkheden. Of een investering van 30.000 dollar in het land doen, een
bedrag wat ik toevalligerwijs niet op mijn bankrekening had staan, of ik
moest met een Ecuadoriaan trouwen. En aangezien het samen heel goed voelde, kwam die laatste mogelijkheid al snel ter
sprake. Bovendien ben ik een nogal impulsief persoon, die zich pas achteraf
realiseert wat de gevolgen van een beslissing zijn. Op zich zie ik die eigenschap als heel
positief. Je maakt je van te voren geen zorgen over dingen, die toch wel
komen en gaan. Als er zich dingen voordoen, positief of
negatief, is het mijn aard er gewoon op in te springen, precies volgens mijn
pure gevoel, dat wat mijn instinct op dat moment ingeeft. Het kan nogal naïef
zijn, maar voor mij functioneert dat het beste. We zijn eerst getrouwd
voor de burgerlijke stand. Daarna zijn we een paar maanden in Nederland
geweest en hebben we er een heel leuk feestje gevierd met mijn familie en
vrienden en mijn vriendinnen. Ze
hebben zelfs, al was ik al getrouwd, nog een vrijgezellenfeestje
georganiseerd. Ik heb ervan genoten. Om het helemaal compleet
te maken en het in alle culturen te vieren, zijn we in Ecuador in Sebas’ zijn
dorp getrouwd, onder leiding van zijn opa, die sjamaan is. Dat was helemaal
een geweldig feest en super bijzonder! |
||
|
|
||||
|
|
|
|
||
|
|
|
Wie is Sebas? Wat doet hij? Wat zijn zijn
plannen? Welke dromen heeft hij, hebben jullie? Sebas gidst ook, in een
lodge in de jungle. We zitten dus alle twee in
de toeristische wereld. Af en toe is dat
moeilijk. We zien elkaar niet veel, maar soms ik het ook heel leuk, omdat we
onze ervaringen over deze sector kunnen delen. Sebas heeft altijd
grootse plannen. Hij is een man met
ambitie, iemand die zijn dromen wil waarmaken. Dat gaat natuurlijk
nooit allemaal lukken, maar hij hééft tenminste dromen en wil wat in het
leven. Dat spreekt me aan. Hij wil van alles: een
lodge opbouwen in een reservaat in de jungle, waar hij tours kan doen voor
vogelaars. Hij is tegenwoordig heel erg geïnteresseerd in vogels. De jungle heeft die
natuurlijk in overvloed. Ook wil hij een
educatief centrum voor indianen opzetten. Zij kunnen bij hem het vak van gids
leren. ‘ Toeristen kunnen komen
om meer te leren over de natuur en de jungle. Eventueel zou ik de
Indianen Engels kunnen leren. Sebas wil heel graag
samen met mij iets opzetten. Hij denkt dat het
huwelijk iets is om samen een bedrijf op te zetten. Zo doen Ecuadorianen
dat. Dat klinkt natuurlijk
heel romantisch, maar in Nederland ben ik iets anders gewend. Ik heb geleerd
dat man en vrouw hun eigen beroep hebben en hun eigen ding doen. Het huwelijk
en de familie zijn er om je daarin moreel te steunen. In het huwelijk help je
en ondersteun je elkaar, maar je bent wel zelfstandig en blijft je eigen
keuzes maken. |
||
|
|
|
Bovendien heb ik geen
grote ambities. Ik wil liever in Baños
iets kleins opzetten, een schooltje voor Engelse les bijvoorbeeld of kookworkshops
voor toeristen. Ook zou ik voor de lokale vrouwen graag iets willen
organiseren om hen iets ´multiculti´s´ van Nederland en andere culturen bij
te brengen. Ik wil hen de gelegenheid geven om eens een avondje lekker uit te
gaan zonder de verplichting thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen. Ik vind het overigens
super dat Sebas deze plannen heeft en ik hoop dat hij zijn weg erin vindt. Ik
sta daar helemaal achter. Ik wil dat hij zich ontwikkelt zoals hij dat wil en
dat hij z´n dromen waar maakt. Ecuadorianen zijn echte
familiemensen. Sebas wil ook al graag kinderen, maar ik wil eerst mijn zaken
op een rijtje zetten. Ik wil stoppen met het begeleiden van reizen en andere
projecten opzetten. Ik wil projecten opzetten, die inkomsten genereren, zodat
we een goede financiële basis krijgen. Ik ben me ervan bewust dat het willen
inbouwen van allerlei zekerheden een typisch Nederlands verschijnsel is en ik
weet inmiddels ook dat die zekerheden in het leven eigenlijk niet bestaan,
maar niettemin. In dat opzicht kan ik nog heel veel van Sebas leren. Ik moet
gewoon iets meer loslaten en niet alles zo krampachtig proberen vast te
houden. |
||
|
|
|
|
||
|
|
|
Het huwelijk en de huwelijksceremonie De huwelijksceremonie in het dorp van Sebas was heel erg speciaal. We vierden
het feest in zijn dorp, omdat de familie van Sebas zijn vader, de
junglefamilie, er woont. Sebas is in het dorp opgegroeid en hij voelt zich
met dit dorp nog het meest verbonden. De voorbereidingen had Alejandro, de halfbroer van Sebas, op zich genomen.
Sebas heeft overigens wel 13 (half)broers en –zussen! Ik maakte me in het begin zorgen
over de kosten. Die zouden uiteindelijk oplopen tot maar liefst duizend
dollar. Ik vond dat toch wel heel erg veel! Maar op een bepaald moment heb ik
het maar losgelaten. Je kunt er geen controle op uitoefenen, zeker niet als
een paar vrouwen de chicha, yucabier, brouwen en andere de keramiek maken. En
als de mannen tapir gaan jagen en de kinderen de shows gaan voorbereiden,
verlies je de greep op wat gebeurt. Als ik die trouwens al ooit had.
Alejandro had er zijn handjes vol aan. Ik hoefde me er niet druk om te maken.
Achteraf waren dat dus allemaal zorgen om niks, want elke dollar was het
waard om uitgegeven te worden. Zo`n ervaring krijg je nooit meer. Ik had nooit verwacht dat het zo`n groot en mooi feest zou worden en dat
er zoveel mensen zouden komen. Er zijn wel uitnodigingen uitgedeeld, maar elke genodigde nodigt er zelf
nog een paar uit en als het feest eenmaal gaande is, komt het hele dorp erop
af! Er is natuurlijk veel eten: tapirvlees, yuca, een soort casavewortel,
chinese aardappel, groene banaan, maito, dat is tilapiavis gestoomd in
bananenblad en héél veel chicha. Chicha is het junglebier, een gefermenteerde
drank van zowel mais als van yuca. De vrouwen kauwen de yuca en spugen die
weer uit. Deze staat vervolgens 4 tot
15 dagen in aardewerken kruiken om te fermenteren en daar worden de Indianen
dan lekker dronken van. Oma had de maischicha met rietsuiker al gemaakt,
voordat ze naar de V.S. ging, wéken voor de ceremonie. Dus die was wel heel
érg sterk. De shuarkrijgers, die uit het zuiden van het land kwamen, waren er met
hun hele uitrusting bij: speer, verentooien, zadenkettingen en schilderingen.
Ze deden de ´saludo shuar`, de openingsgroet. De dames hebben gedanst. De nicht van opa heeft – vals - gezongen en iedereen heeft gegeten en
gedronken. We moesten iedereen groeten. Toen kwam opa, die zoals gezegd sjamaan is
en nu als vader van Sebas optrad, bij mijn vader om mijn hand vragen voor
Sebas, ´zijn zoon´. Mijn vader heeft in alle talen, waaronder het Limburgs, het Nederlands,
het Spaans en het Quichua volmondig ingestemd met mijn huwelijk. Hij was me
waarschijnlijk liever kwijt dan rijk (haha). En na deze instemming ´overhandigden´ ze me aan Sebas. Toen kwamen de
krijgers om ons te feliciteren en werden we uitgenodigd een tabakssapje te
snuiven. Ik heb er natuurlijk alleen maar aan geroken, maar Sebas wilde
volgens de traditie alles opsnuiven. Hij is daarna even van het paadje
geweest. Van deze snuif ga je nu eenmaal dromen en visioenen zien. Hij heeft
volgens mij ook niet alles van de bruiloft bewust en helder meegekregen. Hij zag ook aardig groen toen hij dat
goedje op had. Het hele dorp feliciteerde ons daarna en overlaadde ons met cadeautjes.
Ik had dat niet verwacht. Er zaten prachtige keramieke schalen tussen, die ze
zelf hadden gemaakt en beschilderd, een orchidee, versierde kalebassen en
zaden sieraden, prachtig. Toen werden de bananenbladeren op de grond uitgestald en konden we ´aan
tafel´. Mijn vader zag de feestgangers met hompen vlees in de mond, hand én
tassen weglopen. Het leuke is hier dat alles gedeeld wordt met iedereen, die
aan het feest deelneemt. Sommige mensen sparen, zoals pap gezien heeft, drie
dagen honger op om hun maagjes op het huwelijksfeest te vullen. Daarna werd
er nog een demonstratie van sjamanisme gegeven en begon het feest met
shuar-quichua-muziek en veel chicha.
En dat ging nog tot in de kleine uurtjes door. Maar wat het feest zo mooi maakte, waren al de kleuren, geuren en smaken,
de mooi versierde mensen, de blije gezichten en de hele onvergetelijke
ervaring op zich. Super!! |
||
|
|
||||
|
Ja-si-yes-joa-ari |
||||
|
Aan tafel |
||||
|
|
|
|
||
|
|
|
Het contact met de familie? De jungle- en
de hooglandfamilie. Op de bruiloft waren oma en de vader en moeder van Sebas er niet bij, helaas.
Zijn vader woont nu in Oostenrijk, met zijn huidige Oostenrijkse vrouw en hun
drie kinderen. Sebas z´n ouders zijn gescheiden, toen hij nog klein was. Ze
hebben geen contact meer met elkaar. We hebben dit feest dus alleen met de familie van Sebas z´n vader´s kant
gevierd. Zijn moeder wil niks met de junglefamilie te maken hebben. Haar
ouders komen uit het zuiden van het Ecuadoriaanse Andesgebergte. Het zijn
twee heel verschillende families! In Ecuador wonen verschillende Indianenstammen; o.a. de Quichua, de
grootste groep, afstammelingen van de Inca´s, de Shuar, de Huoarani, de
Achuar, de Cofan, de Secoya, de Tchachila´s, enz. Zowel zijn vader als moeder
zijn grotendeels Quichua-indianen, zijn vader komt uit de jungle en zijn
moeder uit het hoogland. Het zijn twee grote verschillende culturen, die in principe niet veel met
elkaar ophebben, alhoewel het grootste deel van de indiaanse bevolking
verschillende soorten Quichua spreekt en elkaar kan verstaan. Ik was laatst ook op de bruiloft van een nicht van Sebas. Zij komt uit de
jungle en de bruidegom uit een echte hooglandfamilie. Het was zó grappig om
die verschillende werelden te zien. Het grootste verschil dat ik zie, is dat de jungle indianen heel
uitbundig zijn en de hooglandindianen ingetogen. Maar waar dan ook, de chicha
vloeit altijd rijkelijk, in de jungle de yuca-chicha en in de hooglanden de
mais-chicha. Ik heb de afgelopen jaren in Latijns-Amerika heel sterk ondervonden dat
klimaat een grote invloed heeft op mensen, o.a. op de wijze hoe ze zich
gedragen. In de jungle is het heel vochtig en warm, in de hooglanden kan het
heel guur en heel koud zijn. Beide groepen hebben het niet te breed. De jungle lijkt me een
makkelijkere leefomgeving om in je eerste levensbehoeften te voorzien en om te
kunnen leven dan het hoogland. In de hooglanden hebben ze tradities, die totaal anders zijn dan die bij
de jungle-indianen. Beide hebben ze hun medicijnmannen voor zowel psychische als fysieke
problemen. In de hooglanden noemen ze deze medicijnmannen curanderos en in de
jungle zijn het sjamanen. Cavia´s zijn in de hooglanden een delicatesse en worden bij elk feest
gevild, gebraden en met smaak verorberd. Bovendien gebruiken de curanderos,
dus de medicijnmannen van de hooglanden, de diertjes als een soort ´röntgenaparaat´. Ze bewegen het dier langs het lichaam van
de zieke en snijden daarna het beestje open om te zien zien wat de zieke
mankeert en hopen een aanwijzing te vinden wat de juiste genezing of het juiste
medicijn is. |
||
|
Saludo Shuar |
||||
|
|
|
|
||
|
|
|
Het is een sprookjesverhaal, waar ik in
terecht ben gekomen Ik ken Nederland alleen maar tot het begin van mijn volwassenheid. Ik heb er nooit een echte baan of huis gehad
en nooit een ´grote mensenleven´ opgebouwd. Dus ik heb naar mijn gevoel niet
echt een speciale band met Nederland. Met Limburg overigens wel. Als ik
de Limburgse artiesten hoor zingen, aan het carnaval denk of het Limburgse
landschap zie, voel ik me op en top Limburgse. Dan kunnen er tranen in mijn
ogen springen van emotie. Ik kan zelfs op Sebas in het Limburgs schelden als
het me allemaal te hoog zit. Als ik aan Nederland denk, zie ik het beeld van Helden, het huis van mijn
ouders en mijn familie en vrienden voor me. Ik mis Nederland helemaal niet zo, alleen maar bibliotheken, cursussen,
opleidingen en zo veel andere ontwikkelingsmogelijkheden. Ik vraag me ook wel
eens af hoe dat zal zijn voor onze toekomstige kinderen. Wat voor onderwijs
zullen zij krijgen? Zullen ze dezelfde mogelijkheden krijgen als ik heb
gehad? Maar Ecuador biedt zoveel wat Nederland niet heeft. De samenleving is
socialere, al is hier wel veel criminaliteit. Er is vrolijkheid en
speelsheid. Ecuador wordt niet zo geplaagd door grote prestatiedruk zoals in
Nederland het geval is. Het lijkt me een menselijkere samenleving. Toen ik besloten had hier te gaan wonen, viel er iets van me af. Ik
voelde een soort opluchting, alsof ik een stap van 40 jaar terug in de tijd
mocht maken en niet persé mee hoefde in het snelle tempo, die de welvaart van
Nederland nu eenmaal vereist. Hier zie ik de Indiaanse vrouwen in traditionele kleding, hoor ik ze
praten in het Quichua tegen hun kinderen. Als er een mobiele telefoon af
gaat, halen ze die onder hun mantel vandaan. Het is een sprookjesverhaal,
waar ik in terecht ben gekomen, een fantasiewereld, maar dan niet gesloten,
want het is een wereld met ontwikkelingsmogelijkheden, positief en negatief. Het is een betoverende wereld,
waar ik nog geen notie van had toen ik op de middelbare school zat. Het is
Nederland van de jaren 50, tenminste wat ik me daarbij kan voorstellen, maar
dan met mobiele telefoons! De lucht hangt altijd vol met ondefinieerbare
geuren. De huizen zijn kleurrijk en vrolijk en de gezichten levendig. Als je
van die mooie, oude, indiaanse koppies ziet dan is daaraan af te lezen dat er
een heel levensverhaal achter zit. Als ik naar hen kijk, zie ik hun
expressiviteit en hun natuurlijkheid. Ik vind het mooi om te zien hoe ze met
elkaar babbelen, hoe ze op de markt hun inkopen doen en hoe ze hun tradities
en ceremonies uitvoeren. Maar ik vraag me ook af hoe lang dit nog kan
duren. Wanneer zal de welvaart deze
culturen opslokken hand in hand met de regels, die de overheid af zal kondigen om hen te
disciplineren ter wille van wat heet: vooruitgang? |