|
|
Overzicht dyslexie ►
Home ► PDF-versie ► contact: rhegie2@planet.nl
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
Oriλnterende vragenlijst bij
taalproblemen[1] A. Vragen i.v.m. eventuele dyslexie of ander taalprobleem
|
|
|||
|
1. |
Hebben meer mensen in de familie moeite met taal? |
ja nee |
|
||
|
2. |
Hebben vooral mannen in de familie moeite met taal? |
ja nee |
|
||
|
3. |
Maak je meer taalfouten dan klasgenoten? |
ja nee |
|
||
|
4. |
Leer je moeilijk telefoonnummers uit je hoofd? |
ja nee |
|
||
|
5. |
Leer je moeilijk namen uit je hoofd? |
ja nee |
|||
|
6. |
Had je als kind moeite met het benoemen van kleuren? |
ja nee |
|||
|
7. |
Had je als kind moeite met het leren van kinderliedjes? |
ja nee |
|||
|
8. |
Vond je het leren van de tafels moeilijk? |
ja nee |
|||
|
9. |
Denkt/ dacht je moeder dat je woordblind bent? |
ja nee |
|||
|
10. |
Heb je moeite met luisteren of
lezen in een lawaaierige omgeving? |
ja nee |
|||
|
11. |
Vind je lezen vervelend? |
ja nee |
|||
|
12. |
Vergeet/ vergat je vaak iets te
doen wat men je opgedragen heeft? |
ja nee |
|||
|
13. |
Vond men je vroeger erg
speels? |
ja nee |
|||
|
14. |
Zeggen leraren vaak dat je je
beter moet concentreren of
beter moet luisteren? |
ja nee |
|||
|
15. |
Heb je moeite met het onderscheid links-rechts? |
ja nee |
|||
|
16. |
Schreef je vroeger wel eens in spiegelschrift? |
ja nee |
|||
|
17. |
Ben je veel beter in de exacte vakken dan in taal? |
ja nee |
|||
|
18. |
Als je eenmaal ergens geweest bent, kun je dan goed de weg
onthouden? |
ja nee |
|||
|
19. |
Vind je de spelling van Engelse woorden moeilijker dan die van
de Nederlandse |
ja nee |
|||
|
20. |
Heb je een slordig handschrift? |
ja nee |
|||
|
21. |
Gebruik je geregeld hoofdletters in plaats van gewone letters? |
ja nee |
|||
|
22. |
Gebruik je wel eens blokletters en gewone letters door
elkaar? |
ja nee |
|||
|
23. |
Schrijf je vaak stukken van woorden los van elkaar? |
ja nee |
|||
|
24. |
Schrijf je vaak iets op, zoals je het uitspreekt? |
ja nee |
|||
|
25. |
Verwissel je vaak de ei
en de ij? |
ja nee |
|||
|
26. |
Verwissel je vaak de g
en de ch? |
ja nee |
|||
|
27. |
Verwissel je vaak de au
en de ou? |
ja nee |
|||
|
28. |
Maak je wel eens spiegelfouten (bijv. het verwisselen van
de b en de d of de p en de q) |
ja nee |
|||
|
29. |
Heb je vaak problemen met dubbele klinkers of medeklinkers (bijv.
paaden of paden of padden of paadden) |
ja nee |
|||
|
30. |
Vind je spreekvaardigheid gemakkelijker dan schrijfvaardigheid? |
ja nee |
|||
|
31. |
Heb je vaak tijd te kort bij schriftelijke toetsen? |
ja nee |
|||
|
32. |
Vind je de cito-luistertoetsen bij de vreemde talen erg moeilijk? |
ja nee |
|||
|
33. |
Kun je wel eens moeilijk op een woord komen? |
ja nee |
|||
|
34. |
Maak je veel fouten bij hardop lezen? |
ja nee |
|||
|
35. |
Lees je wel eens een synoniem in plaats van het woord dat er
staat? (bij hardop lezen). |
ja nee |
|||
|
36. |
Vind je het moeilijk om proefwerkvragen te begrijpen? |
ja nee |
|||
|
37. |
Ben je nerveus voor proefwerken en schriftelijke overhoringen? |
ja nee |
|||
|
38. |
Vind je ontleden erg moeilijk? |
ja nee |
|||
|
39. |
Verwissel je wel eens de v
en de f ? |
ja nee |
|||
|
40. |
Heb je als kind problemen gehad met praten? |
ja nee |
|||
|
41. |
Als je een tekening maakt, werk je dan meestal vanaf de
rechterkant van het blaadje? |
ja nee |
|||
|
42. |
Heb je vaak een onvoldoende bij tekstverklaren? |
ja nee |
|||
B. Vragen i.v.m. eventuele andere
oorzaken
|
|
||||
|
1.
|
Ben je tweetalig
opgegroeid of is Nederlands niet de
eerste
taal van je ouders? |
ja nee |
|||
|
2. |
Had je als kind vaak last van oorontsteking? |
ja nee |
|||
|
3. |
Had je als kind buisjes in je oren? |
ja nee |
|||
|
4. |
Ben je als kind wel eens ziek geweest, waardoor je lange tijd
niet op school was? |
ja nee |
|||
|
5. |
Waren er op de lagere school omstandigheden waardoor je
leren verstoord is? |
ja nee |
|||
|
6. |
Heb je problemen met de ogen? Bijvoorbeeld snel vermoeide ogen
of moeilijk coφrdinatie van de ogen. |
ja nee |
|||
|
7. |
Heb je last van faalangst bij taken die niet met je taalprobleem
te maken hebben? |
ja nee |
|||
|
8. |
Is je geboorte moeilijk verlopen? Bijvoorbeeld
benauwdheid. |
ja nee |
|||
|
·
B
vragen die je met hebt beantwoord,
kun je hieronder toelichten. (Voor zover je dat zelf nodig vindt).
.
.
.
.
.
. C . Motoriek
Sommige deskundigen gaan ervan uit dat een taalprobleem kan
samenhangen met een problematische motoriek. Is daarvan sprake (geweest) bij
jou? Zo , geef dan een toelichting.
..
|
|||||